De tovernatuur van de Filippijnen

Met zijn 7000 eilanden heeft het van alles en nog wat aan natuur, van groene jungle tot blauwe onderwaterwereld. Toch staan de Filipijnen niet bekend als een natuurbestemming. Op het eiland Bohol vind je de highlights van deze schitterende eilandengroep in de stille oceaan.

Tekst & foto’s: Jan Hazevoet

Vergeet de ingetogen boeddhistische glimlach van Thailand of het duwen en rochelen van China. De Filipijnen horen niet echt bij Azië. Drie eeuwen Spaanse en daarna nog een halve eeuw Amerikaanse overheersing hebben daar wel voor gezorgd. Het mag dan tussen Taiwan en Indonesië liggen, het voelt alsof je in Latijns-Amerika bent.

De extraverte Filipino’s vinden het heel gewoon om spontaan te gaan zwaaien naar toeristen. Liefst zingen ze daar ook nog een liedje bij: het aantal gitaarbandjes per vierkante kilometer is het hoogste ter wereld. Tip: haal voordat je naar de Filipijnen gaat, even de songteksten van alle evergreens boven, want meezingen is gewenst.

Sommige landschappen in de Filippijnen passen helemaal bij de vrolijke volksaard. De Chocoladeheuvels, honderden perfect ronde heuveltjes op het eiland Bohol, lijken wel gemaakt door een tovenaar met een voorliefde voor theatrale musicaldecors. In het regenseizoen zijn de Chocoladeheuvels felgroen. Maar de rest van het jaar, wanneer het niet zoveel regent, zijn de heuvels bruin en dan lijken ze van boven net op hoopjes cacaopoeder.

In dit sprookjeslandschap woont een van de meeste bizarre dieren ter wereld: het spookdiertje. Spookdiertjes, verre familie van mensen en apen, zijn zogenoemde halfapen. Het spookdiertje is zo groot als een vuist, ongeveer 12 centimeter lang. Het is moeilijk om ze in het wild tegen te komen, maar in het Tarsier Sanctuary bij het stadje Corella kun je ze zien en voeren, met een krekel op een stokje.

Spookdiertjes zien er ontzettend aaibaar uit. Ze hebben een superlange en slanke vingers. Aan hun handjes kun je goed zien dat spookdiertjes en mensen verre familie van elkaar is, net zoals apen. Ze hebben een fluweelzacht vachtje. Maar het meest opvallende zijn hun ogen. Die zijn ongelooflijk groot voor zo'n kleine diertje. Ze hebben de grootste ogen van alle zoogdieren ten opzichte van hun lichaamsgrootte. Elke oogbol is net zo groot als hun hele brein: ongeveer 16 millimeter in diameter.

Spookdiertjes hebben zulke grote ogen nodig omdat ze ‘s nachts jagen. Maar omdat hun ogen zo groot zijn, kunnen ze ze niet draaien in hun oogkassen. Om toch om zich heen te kunnen kijken kan een spookdiertje zijn nek 180 graden draaien in beide richtingen, net zoals uilen.

Ze mogen er dan klein en schattig uitzien, het zijn ontzettend goede jagers. Spookdiertjes hebben hele lange achterpootjes en kunnen meer dan 40 keer hun lichaamslengte springen. Ze wachten meestal op een tak in een struik stilletjes op hun prooi. Dan bespringen die dan met een goed getimede aanval. Ze jagen op die manier op insecten, reptielen zoals hagedissen en slangen en kikkers. Ze plukken zelfs vogels en vleermuizen recht uit de lucht. Het zijn echte carnivoren. Planten hoeven ze niet, alleen maar vlees.

Helaas worden spookdiertjes bedreigd. Ze komen maar op een paar plaatsen in Azië in het wild voor. Omdat het oerwoud wordt gekapt verdwijnen hun leefgebieden en die hebben ze nodig om zich voort te planten. Het is namelijk moeilijk om ze te fokken zoals met andere bedreigde dieren, omdat je spookdiertjes niet gevangen kunt houden. Ook kunnen ze niet alleen leven. Zonder soortgenoten om zich heen kwijnen ze weg tot ze doodgaan...het zijn letterlijk sociale dieren.

Koraal

Met 7000 eilanden kun je er vanuit gaan dat er altijd wel een strand in de buurt is. En dat klopt. Zowat elk eilandje heeft stranden, maar het mooiste ligt op Boracay, de meest populaire strandbestemming van het land. Dit piepkleine eilandje heeft een strand van zeven kilometer wit, fijn zand en ondiep, lichtblauw water. Net hierachter ligt een strandboulevard met hotels, duikshops, bars en restaurants onder een lange rij palmen. Het wordt nergens té toeristisch, want er mag geen betonnen hoogbouw worden gepleegd en de mensen zijn niet opdringerig. Zo moet het twintig jaar geleden in Phuket (Thailand) of Kuta (Bali) zijn geweest: tropisch relaxed.

Alle 7000-en-nog-wat eilanden worden omringd door koraalrif, dat maakt de Filipijnen een van de beste plaatsen ter wereld om te duiken. Meest opvallend is het koraal in alle soorten en kleuren, hard en zacht. Bijna alle van de 500 bekende koraalsoorten komen hier voor. De riffen zijn ook in goede staat: geen kaalslag (door toerisme en overbevissing) of verbleking (door het opwarmen van het zeewater). Behalve miljoenen kleurrijke vissen zie je bijna gegarandeerd baracuda’s, dolfijnen, mantaroggen en zeeschildpadden. Af en toe komen er ook walvishaaien langs.

De meeste duikplaatsen en –scholen liggen zo’n beetje in het midden van de eilandengroep. Negros, Puerto Galero, Boracay en ook Bohol zijn het meest toegankelijk en hebben goed materiaal en westerse instructeurs. Leren duiken is er bovendien spotgoedkoop, dus je krijgt echt waar voor je geld. Met een gratis glimlach erbij. En misschien een liedje.

Checklist

  • De Filipijnen hebben zelf geen maatschappij die op Nederland vliegt. Je moet dus vliegen via een buurland, zoals Hongkong (Cathay Pacific) of Taiwan (Eva Air).
  • Binnenlands bestaat dan wel weer een goed netwerk met moderne vliegtuigen en op elk groter eiland een vliegveld. En goedkoop: een enkeltje van Manila naar strandbestemming Boracay bijvoorbeeld krijg je vanaf twintig euro.
  • Maatschappijen zijn Cebu Pacific Air en Philippine Airlines. Nog goedkoper is de veerboot, die — omdat bijna elke stad aan de kust ligt — overal met alles verbindt.