De vogelrotsen van de Farne Eilanden

Het is een van de favoriete wildlifebestemmingen van sir Richard Attenborough. En het ligt niet eens aan de andere kant van de wereld, maar aan de Engelse Noordzeekust.

Tekst & foto’s: Jan Hazevoet

Northumberland is een vergeten stuk Engeland. Het heeft geen grote, beroemde steden of bekende nationale parken. In plaats daarvan heeft het vooral leegte en eindeloze vergezichten over golvende heuvels, die nu in de vroege lente felgeel kleuren van het lijnzaad. Onze rit naar de kust voelt dan ook alsof we teruggaan in de tijd. Kronkelende landweggetjes door de weilanden (omzoomd door typisch Engelse heggen) voeren ons naar Seahouses, een kustplaatsje waar de tijd in de jaren zestig stil is gezet.

De nevels uit zee zijn tijdelijk verjaagd door een Engels zonnetje, dat de pastelkleurige huisjes in een zwak licht zet. Een handjevol vakantiegangers doet zich tegoed aan fish & chips en zuurstokken. Seahouses ruikt naar vis en motorolie uit de schepen in de haven, waar kleine omgebouwde vissersbootjes wachten op passagiers naar de Farn Islands. Deze rotseilandjes net voor de kust zijn klein maar fijn, een ruwe diamant in de kroon van de Engelse natuur.

De National Trust, de organisatie die het natuurlijke erfgoed in Engeland beheert, kocht deze rotsen 90 jaar geleden van de industrieel William Armstrong. Er werd na twee jaar touwtrekken 800 pond voor betaald en dat bleek de deal van de eeuw, want sindsdien zijn de eilanden uitgegroeid tot een symbool van goed natuurbeheer. In 1951 werden de eilanden gekenmerkt als ‘van bijzonder wetenschappelijk belang’ en in 1993 werden ze nationaal natuurreservaat. Sir David Attenborough beschrijft de eilanden als zijn favoriete dierenplek in het Verenigd Koninkrijk.

In de haven scheep ik in op het bootje Glad Tidings en tuffen we over de onstuimige zee. De rotsen komen dichter -en dichterbij en wat eerst het geruis van de zee leek, wordt een oorverdovend lawaai: het geluid van 150.000 vogels. Overal waar ik kijk zijn vogels, vogels en nog eens vogels: op de rotsen, in zee en in de lucht. Ook wij worden bekeken: een grote kolonie van zeehonden kijkt verbaasd naar ons schommelende bootje, een indringer in hun eilandenrijk.

De Farne Eilanden zijn een oase voor 23 soorten zeevogels: stormvogels, noordse sterns, zeekoeten, alken, eidereenden en aalscholvers, en wat landvogels, zoals boerenzwaluwen en bonte kwikstaarten. Maar het lievelingetje van de toeristen zijn de papegaaiduikers. Het clowneske vogeltje doet het hier goed, want vorig jaar -in 2015- werden maar liefst 39.962 broedparen geteld. De puffins, zoals de Engelsen ze noemen, blijven hier de hele zomer. Eind juli, begin augustus trekken ze massaal weg. Bijna 80.000 papegaaiduikers zetten dan koers naar het noorden van Schotland en naar IJsland. Daar leven ze negen maanden op zee, voordat ze weer terugkeren om te broeden.

Ze lijken misschien koddig, maar een papegaaiduiker is een stevig vogeltje dat tegen een stootje kan. Ze wonen op de koudste zeeën ter wereld en kunnen duiken tot Jules Verne-achtige diepten. En in tegenstelling tot veel andere zeevogels zijn hun aantallen stabiel. Ondanks een wereldwijde stijging van de temperatuur van het zeewater -waarin hun favoriete maaltje de zandspiering zwemt - zie ik ze hier regelmatig met de bek vol vis uit het water ploppen. Terwijl ik aan land ga en voorzichtig rondlopen, scharrelen ze gemoedelijk rond.

De extreem natte zomer van 2015 zorgde voor een dip. Er werden veel nestholen overstroomd en dat zorgde voor een daling van het aantal papegaaiduiker-kuikens. Maar Nathan Wilkie, een van de rangers die ik op de eilanden tegenkom, maakt zich geen zorgen. “Zeker, het slechte weer is niet goed geweest voor de papegaaiduikers”, vertelt Wilkie. “Maar van de 34.000 broedparen hier controleren we er slechts 100. En het jaar daarvoor waren er extreem veel nesten.” De rangers zijn volgens hem meer bezig om hongerige grijze zeehonden uit de buurt van de nesten te houden.

Elke dag zetten negen rangers van de National Trust zich voor de eilanden in. Het is koorddansen, waarin de rangers evenwicht moeten vinden tussen toerisme en natuurbescherming. Ze moeten bezoekers de schoonheid van de eilanden tonen en ze informeren, maar er ook voor zorgen dat ze de broedvogels niet storen.

In het hoogseizoen, wanneer de kuikens net uit hun ei zijn gekropen, moeten de rangers er voor zorgen dat de 400 paar menselijk voeten die dagelijks uit de boten stappen, niets plattrappen. In de zomer krijgen de eilanden tienduizenden bezoekers over de vloer, maar over het algemeen gaat dat goed. “De mensen houden over het algemeen rekening met nestelende zeevogels”, aldus Wilkie. “Ze weten dat ze te gast zijn in de habitat van deze vogels en houden zich aan de richtlijnen.” De Farne Eilanden zijn daarmee een rots in de branding: zowel voor de natuur als voor de mensen die ervan willen genieten.

Checklist

  • Northumberland ligt vlak boven Newcastle. Met de ferry van DFDS uit IJmuiden ben je er in een nacht.
  • Northumberland heeft een national park, het Northumberland National Park. De kust heeft prachtige uitgestrekte zandstranden en duinen. Als je van kastelen houdt zit je ook goed: Bamburgh is een van de mooiste kastelen van Engeland, een indrukwekkende ring van torens en kantelen rond een Normandische toren. Handig voor voor de dagen wanneer het weer slecht is, wat uiteraard nogal wel eens kan gebeuren in Engeland.
  • De kuststrook is ook populair bij surfers, wandelaars met honden, ruiters, vissers en alle anderen die van ruimte en leegte houden.