Het Europese oergevoel van Han

De grotten van Han zijn de grootste trekpleister van het Belgische plaatsje Han-sur-Lesse. Maar in dit uitgestrekte domein is er meer te zien. De bossen en valleien boven het enorme grottenstelsel vormen een open wildpark met de dieren die ooit overal in Europa in het wild leefden, zoals de bruine beer, wolf, lynx, bizon en veelvraat.

Tekst & foto’s: Jan Hazevoet

Al bij de ingang van het wildpark staat een grote kudde wilde zwijnen ons op te wachten, slechts door een wildrooster van ons gescheiden: kleine zwijntjes spelen met elkaar, de grote wroeten in de grond op zoek naar eikels. We worden nadrukkelijk door de zwijnenmoeders in de gaten gehouden, want zoals gebruikelijk bij de wilde zwijnen zijn ook deze moeders zeer beschermend.

Ze staan op nog geen vijf meter van ons vandaan. In dit wildpark kun je namelijk overal dichtbij de dieren komen en dat is precies de bedoeling. Het wildpark wil de bezoeker het gevoel geven alsof je in de oerbossen van vroeger loopt en je ieder moment oog in oog kan komen te staan met een dier.

“Alle dieren hier kwamen van oorsprong overal in Europa voor”, vertelt Kim de Lescluze van het Domein van de Grotten van Han. “Daarom willen we hen ook zoveel mogelijk vrij rond laten lopen, zonder hekken of afrasteringen.” Dankzij deze originele manier van opzet werd het wildpark vorig jaar uitgeroepen tot beste wildlifepark van België.

Opvangdieren

Vaak zijn de dieren gered en opgevangen. Ze hebben oude wonden en zijn daardoor gehandicapt of ze zijn in gevangenschap opgegroeid. In ieder geval kunnen ze niet meer in de vrije natuur worden losgelaten. Zoals de sneeuwuilen. Een van deze schitterende dieren werd ergens op een zolder gehouden door iemand die er nauwelijks naar omkeek. “Hij is ontzettend opgeknapt sinds hij daar weggehaald is. Maar nog steeds houdt hij niet van mensenmassa's. Geef hem eens ongelijk.”

Al een tijdje worden we gevolgd. Drie paar ogen houden ons nauwlettend in de gaten. Een wolf loopt voorop, op gepaste afstand gevolgd door twee andere; de onderdanige wolven. Degene met de staart tussen zijn achterpoten is de laagste in de roedel en loopt achteraan.

Voor deze roofdieren moest natuurlijk iets anders bedacht worden; met alleen wildroosters houd je wolven niet tegen. Daar zijn toch echt hekken voor nodig. Maar door slim gebruik te maken van de grote hoogteverschillen van het domein konden veel lelijke hekken worden gecamoufleerd. Dat wordt duidelijk als we worden meegenomen naar het uitzichtpunt dat middenin het wildpark ligt. Nu pas valt de woonomgeving van de wolven pas echt op; ze leven in een kleine vallei. De hekken zie je nauwelijks.

Het uitzichtpunt is een van de vele in het Wildpark met prachtig zicht over het Domein met het dal van de rivier de Lesse, een groene vallei met bomen, planten en bloemen. Maar dat niet alleen, want op deze veilige afstand kun je de dieren in hun natuurlijke omgeving observeren. Maar dan de vraag wie nou eigenlijk wie observeert? De wolven zien ons bovenop het uitzichtpunt staan. Ze weten precies waar we zijn en ja… houden ons in de gaten.

Poolwolven

Ook spannend is het verblijf van de drie poolwolven, die het park sinds kort heeft. Tussen de bomen lopen drie witte schimmen, lenig en snel. Wanneer we de observatiepost beklimmen, hebben ze dat meteen door en lopen ze nieuwsgierig naar ons toe. Vanaf een veilig afstandje bekijken ze ons argwanend. “Ze moeten nog wennen aan hun nieuwe verblijf”, vertelt Kim. “Het is nog allemaal nieuw voor ze.”

Even verderop ligt het verblijf van een wilde Europese kat. “Het waren er twee, maar eentje is helaas onlangs gegrepen door een roofvogel”, zegt Kim. “Wat wel iets zegt over het open karakter van de verblijven.”

Wilde kat

De wilde kat lijkt erg op een gewone huiskat, maar hij is er niet aan verwant. De wilde kat leefde al in Europa voordat de Romeinen tweeduizend jaar geleden onze huistijger introduceerden. Sinds een aantal jaar rukt de wilde kat overal in West-Europa weer op. In Duitsland is hij al overal en ook in Nederland zijn ze al gesignaleerd. De kat zit hoog in een boom, zoals het een echte kat betaamd.

Ook bij het lynxenverblijf zit een lynx hoog en droog op een tak, ons in de gaten te houden. Hij zit zo dichtbij en kijkt ons zo hypnotiserend aan, dat het lijkt alsof hij ons zo kan bespringen.

Oeros

Een frisgroene vallei (die ooit werd uitgesleten door de rivier de Lesse) is het terrein van de grote grazers, zoals Europese bizons. Er lopen ook oerossen rond, een enorme rundersoort die vroeger in heel Europa voorkwam. De oeros stierf in de zeventiende eeuw uit, maar de soort werd onlangs opnieuw gereconstrueerd met DNA uit allerlei oude rassen. Een beetje zoals in Jurassic Park.

Het wildpark werkt daarnaast samen met het Wereld Natuur Fonds om beschermde diersoorten weer uit te zetten. Zo worden de Europese bizons vrijgelaten in de Karpaten en worden Przewalskipaarden teruggeplaatst in Mongolië.

Alleen de bruine beren laten zich niet zien. De twee, Willy en Marleen, leven in een oude halfronde steengroeve en verstoppen zich achter grote stenen. “Het regent en daar hebben ze een hekel aan”, glimlacht Kim.

Ondergronds

Geen betere plek om de regen te ontwijken dan ondergronds. En dat kan hier prima, want de grote attractie van het Domein van Han zijn de grotten. De grotten van Han behoren tot de mooiste van Europa. In België zijn ze een begrip. Elke Belgische scholier gaat er minstens een keer naartoe op schoolreisje.

We bereiken de ingang van de grotten op een heerlijk kneuterige manier: met een antiek smalspoortreintje uit begin vorige eeuw. De honderd jaar oude open wagonnetjes rammelen dapper door het bos, steeds hoger. Het treintje alleen al is stiekem een van de leukste attracties van het land.

Stalagtieten

Kreunend komt het treintje tot stilstand. De ingang van de grot is klein en onopvallend. Niets verraadt wat er binnen ligt. Na de ingang dalen we snel en zitten we tientallen meters onder de grond. Overal verschijnen stalagmieten en stalactieten, in alle maten en vormen.

Ongelooflijk als je weet dat het eeuwen duurt voordat zich maar een piepkleine stalagmiet of -tiet vormt. Daarna duurt het nog duizenden jaren totdat die twee elkaar raken en weer eeuwen totdat ze een zuil vormen. Ook schitterend zijn de druipkaarsen en de gordijnen, golven van steen die worden gevormd wanneer waterdruppels over een breed vlak glijden voordat ze vallen.

Prehistorie

De wonderlijke stenen en gangen zijn al lang geleden erkend als iets speciaals, vertelt Kim. “Deze grotten waren de eerste toeristische attractie van West-Europa. Ze werden al bezocht in de prehistorie en al in de 18e eeuw waagden de eerste ontdekkers er zich.”

Onder de aarde liggen ongeveer zeventien kilometer aan gangpaden. “Dat maakt het waarschijnlijk de grootste grot van Europa”, aldus Kim. De oorzaak van de lange tunnels is de rivier de Lesse: de rivier duikt aan een kant van een heuvel onder de grond, stroomt helemaal door de kalkrots en komt er aan de andere kant weer uit.

Druipstenen

Ondertussen zijn we al een kilometer, honderden trappen en een paar zalen verder. Zoals de 'Geheimzinnige', de 'Wapenzaal' en de 'Koepelzaal', letterlijk zo groot als een kathedraal. Overal zijn weer andere vormen te zien en dat maken de grotten van Han zo apart: geen een vorm is hetzelfde en soms staan (of hangen) er totaal verschillende vlak naast elkaar. Het is alsof de druipstenen gearrangeerd zijn als een toneeldecor, met maximaal dramatisch effect. Het einde van de anderhalf uur durende tocht gaat met een knal, met een kanonschot. Een traditie om de kwade geesten te verjagen.

De grotten zijn zo uitgestrekt dat het grootste gedeelte niet open is voor het publiek. Alleen wetenschappers en speleologen mogen hier onderzoek doen. Grote delen zijn nog zwarte vlekken op de kaart en een mysterie, want het grottenstelsel is nog steeds niet helemaal blootgelegd. Tijd dus om de gebaande paden te verlaten en zelf op onderzoek te gaan.

Even naast de officiële ingang duiken we in een speleo parcours, in een stuk grot zonder verlichting of paden. “Trek wel eerste deze overall en laarzen over je kleren aan, want je gaat gegarandeerd vies worden!”, lacht Kim. De grot wordt steeds nauwer en we stoten ons aan het plafond. Het wordt zo krap dat we ons op handen en knieën door spleten wriemelen en door de zuigende modder soppen. Zo moeten de eerste speleologen zich hebben gevoeld: als blinde wurmen in het pikkedonker. Als we een half uur later weer het daglicht in duikelen, voelt dat bijna als een geboorte. In de oernatuur van Europa.

Checklist