Spetteren tussen alligators in de Everglades

Everglades National Park, in de zuidelijke punt van Florida, is een van de meest fascinerende natuurparken ter wereld. onder elk grassprietje ligt wel een of ander levensgevaarlijk dier op de loer.

Tekst & foto’s: Jan Hazevoet

De Everglades zijn erg geliefd in Amerikaanse misdaadseries. Als dit park in beeld komt, weet je zeker dat er vroeg of laat een druipend lijk in de bek van een alligator belandt. En ook nieuwsmedia rukken massaal uit wanneer er een hongerige ‘gator iemand mee het water sleurt, zoals begin 2016 gebeurde met een tweejarig jongetje in een Disneypark.

Maar hoe gevaarlijk zijn de Everglades eigenlijk? Om daar achter te komen ga ik op pad met Philip Greenwalt van Shark Valley Visitors Centre, middenin het Nationale Park. Hier ligt de River of Grass, een eindeloze vlakte water en gras. Volgens Greenwalt kan je dit natuurfenomeen het beste blootsvoets ervaren. Met een zucht van verlichting trekt hij zijn sokken en schoenen uit en stapt hij van het verharde pad het water in. “Dit is het mooiste onderdeel van mijn baan”, zegt hij al soppend in het frisse, heldere water.

Tot de horizon strekt zich kniediep water uit. Daarboven groeit ‘sawgrass’ -een taai soort zegge. Op de bodem leven sponsachtige planten, die heerlijk zacht aanvoelen. Hier, in het hart van de Everglades, is goed zichtbaar dat dit Nationale Park in feite geen moeras is, maar een uitgestrekte, ondiepe rivier. “Het water stroomt van het Okeechobee Meer in het midden van Florida naar de Golf van Mexico”, zegt Greenwalt terwijl hij zijn broekspijpen verder opstroopt. “Daar verdampt het water, de wolken drijven naar het noorden en regenen leeg in het meer. Het is een eindeloze cirkel.” Inderdaad zie ik het water zachtjes, bijna onzichtbaar, stromen. Vanaf de veilige, droge kant, dat wel.

Everglades

Want eh… is dit terrein namelijk niet ook heel geschikt voor alligators? “Nou en of. De Everglades en alligators, die zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze zijn overal.” Aanvallen op mensen komen zelden voor, verzekert hij: volgens Greenwalt wordt er ‘slechts’ twee keer per jaar iemand gebeten. “Dat loopt meestal goed af doordat de alligator zich realiseert dat dit niet zijn natuurlijke prooi is, en zich terugtrekt.”

Om toch zijn tenen veilig te stellen kent hij een truc: “Een alligator kan wel 20 kilometer per uur rennen bij een aanval, maar hij wordt snel moe en hij is niet wendbaar. Je moet dus zigzaggend wegrennen.” Maar toch, is het niet gevaarlijk voor hem om hier in het water te staan? “Nee hoor”, antwoordt hij lachend. “Zolang ik maar sneller ren dan jij.” Geruststellend.

Tijgerpython

Nee, dan slangen. Nog zo’n dierensoort die je hier liever niet tegenkomt. “Ik maak me meer zorgen om de tijgerpython. Die kan wel vier meter lang worden.” Deze Aziatische slangensoort ontwricht de voedselketen in de Everglades grondig. Hoe de slangen hier zijn beland is onduidelijk. “De theorie is dat er tijdens orkaan Andrew in 1992 zo’n 250 zijn ontsnapt uit een verwoest opvangcentrum.”

Inmiddels zijn het er, naar schatting van de rangers, tienduizenden. “Maar het kunnen er ook veel meer zijn. Eigenlijk is het onmogelijk om te zeggen, want je ziet ze niet. Er kan op dit moment een tijgerpython naast ons kronkelen, zonder dat we dat in de gaten hebben!” De stille rovers richten ongelooflijk veel schade aan. “Ik heb al in vijf jaar geen wasbeer, opossum, hertje of konijn meer gezien. De tijgerpythons hebben alle kleine zoogdieren uitgeroeid.”

Greenwalt waadt door het water terug naar de verharde weg. “De Glades, zoals de Everglades lieflkozend worden genoemd, is meer dan de rivier van gras”, zegt hij terwijl hij zijn sokken en schoenen weer aantrekt. “Tussen de grasvlakte en de zee liggen mangrovebossen, een kraamkamer voor vissen en andere zeedieren.”

Mangrove

Hoewel het in de mangrove wemelt van giftige slangen als de Watermoccasinslang en de Diamantratelslang raadt Greenwalt een bezoek aan deze bossen zeker aan. ”Je komt er alleen met de kano. Mocht de Watermoccasinslang je bijten, dan moet je in het ergste geval een van je ledematen laten amputeren.” Dat is een geruststelling. “De Diamantratelslang is een ander verhaal. Als die je bijt, dan stopt je ademhaling. Een kwart van de beten loopt fataal af.” En bedankt.

Greenwalt lacht. “Als je een goede kanogids hebt hoef je nergens bang voor te zijn. Een goede gids let op of er misschien eentje net op die tak ligt waar je je aan wil vastgrijpen om je een weg te banen door het dichte mangrovewoud.” Mijn missie is het vinden van zo’n goede kanogids. Dat is duidelijk.

Kano

Ik vind de ideale kanogids in Ron Wofford uit het dorpje Chokoloskee. Behalve dat hij de mooiste plekjes in het mangrovebos weet te vinden, is hij bioloog, dus hij weet vast een Watermoccasinslang van een Diamantratelslang te onderscheiden. Toch? Wofford weet me gerust te stellen en de volgende morgen reizen we bij zonsopgang af naar Turner River.

Hoewel Turner River vlak naast de drukke Tamiami Trail ligt - de weg die de steden Tampa en Miami verbindt - sterft het er van het wildlife. “Dit is biologisch het meest diverse stuk van de Everglades”, zegt Wofford al peddelend. “En het territorium van de Floridapanter. Die is heel schichtig dus als je die ziet, dan heb je echt geluk. In al die tijd dat ik hier rondpeddel heb ik er twee keer eentje gezien.”

Ik schat mijn kans een panter te zien in op nul procent en concentreer me op de kleinere dieren. Die zijn er volop. Fladderende vlinders, verschillende soorten vogels, zoals de rode lepelaar en de visarend, spinnen, rupsen, insecten van allerlei groottes en af en toe zie ik zoetwaterschilpadden zonnebaden.

Giftige, dodelijk slangen laten zich niet zien en ergens hoop ik dat dat zo blijft. Alligators uiteraard wel. “Heb je die grote gezien daarnet?” Ik schud mijn hoofd. “Nou, hij jou wel”, lacht Wofford. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom misdaadseries alligators als moordwapen gebruiken. Misschien maar wat lawaaiiger peddelen en me groot maken. Dat helpt toch, tegen roofdieren?

Flamingo

Nog nahijgend van het laatste stukje kanoën rijd ik even later naar Flamingo. Dat is het zuidelijkste puntje van het vasteland van de Verenigde Staten, en het punt waar het zoete water van de Everglades de ondiepe zee in stroomt. Hier in de mangrove en tussen de zandbanken leven Amerikaanse krokodillen, die je hoog en droog vanaf een veilige plek op de kade kunt bekijken. Ze zien er enorm groot uit, minstens zes meter en een stuk groter dan de alligators. Ik denk even aan mijn kano van vanmorgen. Die was aanzienlijk kleiner.

Ranger Brian Whitehead houdt hier zijn dagelijkse ‘Croc Talk’ over de grootste reptielen ter wereld. “De Amerikaanse alligator komt voor in het zuidoosten van VS en de Amerikaanse krokodil komt voor in de Cariben. Flamingo is de enige plek waar die twee leefgebieden elkaar raken en alligators en krokodillen naast elkaar leven”, vertelt hij, terwijl er achter hem een enorme krokodil met open bek ligt te dobberen.

Ze lijken erg op elkaar, geeft hij toe. “Maar er zijn belangrijke verschillen. De krokodil heeft de vorm van een hagedis en heeft een lange, gespierde staart en vier korte poten. Volwassen dieren hebben grijsgroene rug en een witte onderbuik. Hun snuit is driehoekig en als ze hun bek dicht hebben kun je een tand zien zitten op de onderkaak. Door de locatie van hun ogen, oren en neusgaten kan een krokodil onderwater liggen met alleen de bovenkant van zijn kop boven water en toch zien, horen en ademen.” Het verschil tussen een krokodil en een alligator is handig om te weten, vindt hij. “Dan weet je of het zin heeft om te rennen, en hoe hard!”

Checklist

  • Shark Valley ligt naast de weg tussen Tampa naar Miami en is daarmee heel goed toegankelijk. Je kunt er een toeristentreintje nemen of een fiets huren naar een uitkijktoren die uitzicht biedt over de River of Grass.
  • Voor meer intiem contact met de natuur is een kano de beste manier. Boek je kanotocht met Everglades Area Tours via www.evergladesareatours.com. Je wordt rondgeleid door biologen door het gebied op hun duimpje kennen. Behalve de mangrove weten ze ook hun weg in Ten Thousand Islands, een gebied van duizenden kleine eilandjes voor de kust.